J. G. Rheinberger, Stabat Mater in g kl. terts
(opus 138) München 1890
I Stabat Mater dolorosa
Stabat Mater dolorosa
juxta crucem lacrimosa,
dum pendebat filius.
Cujus animam gementem,
contristatam et dolentem
pertransivit gladius.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
mater unigeniti!
Quae maerebat et dolebat,
pia mater, dum videbat
nati poenas inclyti. |
Met een hart vol pijn stond de Moeder
wenend naast het kruis,
toen daar haar Zoon aan hing.
Wier verdrietig hart,
vol droefenis en pijn
met een zwaard doorboord werd.
O, hoe droevig en verslagen
was zij, de gezegende,
de Moeder van de Eniggeborene!
Zij die klaagde en leed,
toen zij de straffen zag
van haar beroemde Zoon.
|
II Quis est homo
Quis est homo qui non fleret,
matrem Christi si videret
in tanto supplicio?
Quis non posset contristari,
Christi matrem contemplari
dolentem cum filio?
Pro peccatis suae gentis,
vidit Jesum in tormentis
et flagellis subditum.
Vidit suum dulcem natum
morientem desolatum,
dum emisit spiritum. |
Wie is de mens die niet zou wenen,
wanneer hij Christus’ Moeder zou zien
in zo’n grote kwelling?
Wie zou niet met haar treuren,
de vrome Moeder ziend,
lijdend met haar Zoon?
Voor de zonden van haar volk
ziet zij Jezus gemarteld
en als slachtoffer van geseling.
Zij zag haar lieve Zoon
sterven, triest en verlaten,
terwijl Hij de geest gaf.
|
III Eja Mater, fons amoris
Eja, mater, fons amoris,
me sentire vim doloris,
fac, ut tecum lugeam.
Fac, ut ardeat cor meum
in amando Christum Deum,
ut sibi complaceam.
Sancta mater, istud agas:
crucifixi fige plagas
cordi meo valide.
Tui nati vulnerati,
tam dignati pro me pati,
poenas mecum divide.
Fac me tecum pie flere,
crucifixo condolere,
donec ego vixero.
Juxta crucem tecum stare
et me tibi sociare
in planctu desidero. |
O Moeder, bron van liefde,
laat mij de macht van de pijn voelen,
maak, dat ik mèt U lijd.
Maak dat mijn hart brandt
in liefde voor Christus mijn God,
opdat ik hem welgevallig moge zijn.
Heilige Moeder, laat dit gebeuren:
dat U de wonden van de Gekruisigde
sterk in mijn hart drukt.
Voor Uw gewonde kind,
dat zich verwaardigt voor mij te lijden,
deel Uw smarten met mij.
Laat mij werkelijk met U wenen.
mee lijden met de Gekruisigde,
zolang ik leven zal.
Naast het kruis met U te staan
en mij bij U te voegen
in Uw smart, dat verlang ik. |
IV Virgo virginum praeclara
Virgo virginum praeclara,
mihi jam non sis amara:
fac me tecum plangere.
Fac, ut portem Christi mortem, |
Maagd stralendste aller maagden
wees niet langer bitter jegens mij:
laat mij met U klagen.
Maak dat ik Christus’ dood mag dragen, |
passionis fac consortem,et plagas recolere.
Fac me plagis vulnerari,
fac me cruce inebriari
et cruore Filii.
Inflammatus et accensus,
per te, virgo, sim defensus
in die judicii.
Fac me cruce custodiri,
morte Christi praemuniri,
confoveri gratia.
Quando corpus morietur,
fac, ut animae donetur
paradisi gloria.
|
het noodlot van Zijn lijden en Zijn wonden op mij
mag nemen.
Maak dat ik door Zijn wonden verwond worde, bij dit kruis dronken moge zijn
uit liefde voor Uw Zoon.
Dat ik niet verslonden word door het vuur,
dat ik door U, Maagd, beschermd moge zijn op de dag van het oordeel.
Laat het kruis mij bewaren,
Christus’ dood mij beschermen,
en Zijn genade mij koesteren.
Maak, dat wanneer mijn lichaam zal sterven,
aan mijn ziel gegeven zal worden
de heerlijkheid van het paradijs.
|
(Met dank aan Theo van Dijk, PR-commissie Cantate Koor Almere) |